VMBO-teams bouwen BioBased en strijden om de wisselbeker | 10 & 11 februari 2026
Algemeen
Nieuws
In de werkplaats van Bouwmensen Apeldoorn klinkt niet alleen het geluid van zagen, hamers en stenen. Er wordt ook gelachen, gekletst en – ja – soms ook gemopperd. Hier begint het allemaal voor jongeren die net van school komen, zij-instromers die het roer omgooien en kickstarters die willen ontdekken of de bouw iets voor hen is.
Onder begeleiding van instructeurs Henri Winterman en Connor Vogel leer je in de werkplaats niet alleen hoe je een muur zet of een balk recht zaagt, maar ook hoe je samenwerkt, doorzet en trots bent op wat je maakt. “Hier leggen we de basis voor het vak”, aldus de instructeurs.

Oefenen, ontdekken en groeien
Henri werkte bijna dertig jaar in de bouw voordat hij instructeur werd. Connor begon ooit zelf als leerling bij Bouwmensen Apeldoorn. “Ik weet dus precies hoe het voelt om hier voor het eerst binnen te stappen”, vertelt Connor.
Inmiddels zijn zij voor veel leerlingen en Kickstarters – die even komen ruiken, proeven, oriënteren en experimenteren – één van de eerste gezichten die ze zien. Want hoewel het leren vooral bij een leerbedrijf gebeurt, begint het allemaal in de werkplaats: om te oefenen, kennis bij te spijkeren of simpelweg om samen met de instructeurs te ontdekken of de bouw bij je past.
Leren op eigen tempo
“Geen dag is hier hetzelfde”, antwoordt Henri op de vraag wat dit werk zo mooi maakt. “De één staat hier voor het eerst met een hamer in zijn hand, de ander heeft al een carrière in een heel ander vakgebied achter de rug”. Die variatie vraagt om maatwerk. “Soms heeft iemand extra uitdaging nodig, soms juist meer tijd”, vult Connor aan. “Wij kunnen niet alleen maatwerk leveren maar willen dat ook”.
Volgens Connor komt het ook weleens voor dat zij-instromers al met de belofte van een baan binnenkomen. “Dan zegt zo’n bedrijf: ‘Ga het eerst maar leren bij Bouwmensen Apeldoorn, dan kun je daarna bij ons aan de slag. Dat zegt ook wel iets over het vertrouwen dat bedrijven in ons hebben”.
Klaarstomen voor de toekomst
Wat maakt iemand een goede instructeur? “Humor is heel belangrijk”, zegt Henri. “Natuurlijk moet je weten waar je het over hebt, maar je moet ze ook meekrijgen”.
Soms hoort streng zijn er ook bij. “Drie keer te laat? Dan stuur ik je terug naar huis”, zegt Connor. “Niet om te straffen, maar om duidelijk te maken: afspraak is afspraak. We leiden ze niet alleen op tot vakman, maar ook tot collega, daarom besteden we veel aandacht aan houding, gedrag en arbeidsvaardigheden”.
Toch merken Henri en Connor over het algemeen een hoge mate van betrokkenheid. “Dat komt echt door de Kickstart. Doordat ze hier al even hebben kunnen snuffelen, kennen ze ons, het gebouw en de sfeer, daardoor weten ze beter waar ze aan beginnen en haken ze minder snel af”, zegt Connor.
Daar doen we het voor
De diploma-uitreiking is ook voor beide instructeurs een bijzonder moment. “Zo’n stoere jongen die je de hand schudt en zegt: ‘Zonder jou was het niet gelukt.’ Dan weet je waarvoor je het doet”, zegt Connor. Henri vult aan: “En soms denk je: dit gaat hem niet worden. Totdat ineens het kwartje valt en het toch lukt. Dat blijft elke keer weer prachtig om te zien”.
Wat ze jongeren hopen te bereiken? Henri: “Dat leerlingen hier niet alleen het vak hebben geleerd, maar ook als mens zijn gegroeid en dat zien we ook in de praktijk. Dan komen ze als jochies binnen, maar vertrekken ze als vakmannen. Of vakvrouwen, want dat worden er gelukkig steeds meer”.